
Jurisprudentie
AP8300
Datum uitspraak2004-06-29
Datum gepubliceerd2004-07-06
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200404456/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Datum gepubliceerd2004-07-06
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200404456/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Indicatie
Bij besluit van 16 december 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boekel (hierna: het college) verzoeker onder oplegging van een dwangsom gelast binnen drie maanden de uitbreiding van een bedrijfsruimte op het perceel de [locatie] te Boekel, die zonder bouwvergunning is gebouwd, te verwijderen.
Uitspraak
200404456/2.
Datum uitspraak: 29 juni 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 18 mei 2004 in het geding tussen:
verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van Boekel.
1. Procesverloop
Bij besluit van 16 december 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boekel (hierna: het college) verzoeker onder oplegging van een dwangsom gelast binnen drie maanden de uitbreiding van een bedrijfsruimte op het perceel de [locatie] te Boekel, die zonder bouwvergunning is gebouwd, te verwijderen.
Bij besluit van 19 februari 2004 heeft het college het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, met dien verstande dat daarbij de begunstigingstermijn is verlengd.
Bij uitspraak van 18 mei 2004, verzonden op 24 mei 2004, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 27 mei 2004, bij de Raad van State ingekomen op 28 mei 2004, hoger beroep ingesteld. Tevens heeft hij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 juni 2004, waar verzoeker in persoon, bijgestaan door mr. E.M. Vos, advocaat te Groesbeek, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.A. van der Vleuten, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt temeer, indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het daartegen ingestelde beroep ongegrond heeft geoordeeld.
2.2. In hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat de aangevallen uitspraak niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat verzoeker de last niet mocht worden opgelegd.
2.3. Gelet hierop, dient het verzoek te worden afgewezen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Boer, ambtenaar van Staat.
w.g. Lubberdink w.g. Boer
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2004
201.

